Na het kaasverhaal in mijn vorige blog, nu hier iets harder bewijs dat de maan uit gesteente bestaat. Er is door de Amerikaanse Apollo ruimte reizen naar de maan veel meer inzicht gekregen in het gesteente van de maan. Er zijn nog twee ruimteprogramma’s die hebben bijgedragen tot meer kennis van maansteen, te weten het Russische Loena en dat van de Chinese ruimtesonde Chang’e 5 (genoemd naar de Chinese godin van de maan). Wat direct opvalt zijn de verschillen in de hoeveelheid beschikbaar gekomen materiaal: het Apollo programma bracht 2415 monsters met een gezamenlijk gewicht van 382 kg op, dat van de Loena 326 gram en de laatste poging 1,7 gram. Verder zijn er talloze maanmeteorieten ingeslagen op de aarde die, indien gevonden, onderzocht zijn.
Dat onderzoek houdt onder meer in dat middels het bestuderen van de radioactieve atomen in het beschikbare maangesteente, ook wel radiometrische datering geheten, de leeftijd van de maan in kaart gebracht kan worden. Wanneer vloeibaar gesteente stolt, zoals in een ver verleden in de maan is gebeurd, dan worden deze radioactieve atomen vastgezet in een kristalrooster, een rangschikking van atoombindingen in dit geval. Na verloop van tijd vervalt de helft van de atomen naar andere soorten atomen, de halfwaardetijd. Die tijd is alom bekend bij de onderzoekers. Door te meten hoeveel atomen in een kristalrooster zijn vervallen kunnen zij afleiden hoe oud het maangesteente, in dit geval, is. Het blijkt dat de basaltmonsters uit de maanzeeën 3,2 miljard jaar oud zijn tot 4,6 miljard jaar voor die uit de hooglanden. Ook hier geldt dat er nog wel een discussie gaande is over haar precieze leeftijd.
Uiteraard heeft men het maangesteente ook kunnen determineren. Het gaat om plagioklaas en pyroxeen en in mindere mate om olivijn en ilmeniet. Plagiokaas, wat vertaald uit Oudgrieks ‘scheef breken’ betekent. De samenstelling bevat zes belangrijke mineralen. Vergeef mij dat ik daar hier nu niet verder op in ga. De kleur van plagioklaas is melkwit. Pyroxeen ‘vuur vreemdelingen’ gedoopt, is een product van gestold lava dat door de snelle afkoeling vulkanisch glas vormt, dat ook wel obsidiaan wordt genoemd. Het bevat voornamelijk calcium, natrium en ijzer en talloze verschillende mineralen. Obsidiaan heeft over het algemeen een donkergroene tot zwarte tint. Olivijn ontstaat ook in magma en is eveneens rijk aan magnesium. Het heeft een olijfgroene kleur, maar kan door oxidatie roodachtig kleuren. Het is ook ontdekt in meteorieten en op Mars. Ilmeniet ten slotte, genaamd naar de eerste vindplaats van het gesteente, de Russische Ilmenbergen in het zuiden van de Oeral, varieert in kleur van grijs tot zwart en is een ijzer-titanium-oxide mineraal.
Het blijkt dat de monsters die de astronauten van de Apollo 11, waarvan ik de landing op de maan in de middag van 20 juli 1969, Nederlandse tijd, in een live uitzending op televisie in zwart-wit kon volgen als jongetje van acht jaar oud, mee terugbrachten naar de aarde, veel meer water blijken te bevatten dan men oorspronkelijk had aangenomen. Zelfs honderd keer meer, wat het watergehalte doet overeenkomen met dat van gesteente hier op aarde. Omgerekend zou, wanneer de maan geheel met dit water zou zijn bedekt, het een oceaan oplevert van 700 meter diepte.



